Belevenissen van De Biomens

. . . Snel werkte hij het eten dat op de schaal lag naar binnen. Hij voelde zich er scherper en sterker door. Zonder al te veel aarzeling ging hij naar de hoek van zijn hok. Gehurkt ging hij voor het traliewerk zitten. Met evenveel voorzichtigheid als de eerste keer voelde hij met zijn vinger aan een van de drie staven. Weer voelde hij het vieze spul. Het voelde wederom koud aan. Daarna tastte hij in een van de holtes van de muur. Weer De Biomenshetzelfde gevoel als de eerste keer. Er zat een kleine ruimte tussen de drie staven en de holtes van de muur. Hij stond op en pakte met beide handen een tralie. Met een lichte beweging merkte hij dat er beweging zat in het traliewerk. Zonder dat hij wist waarom trok hij in een keer hard met beide handen. Hij schrok van de actie en liet direct het traliewerk los. Een ferme echo ging er door het traliewerk en hij stoof van schrik naar zijn bed in de andere hoek van de cel. Ineengedoken bleef hij een tijdje zitten. De nieuwsgierigheid won het van de angst. En langzaamaan ging hij weer naar de hoek van het hok. Staande pakte hij wederom met twee handen de tralies. Nu trok hij minder hard. Het traliewerk schudde. Vervolgens trok hij wat harder. Er ontstond een zachte echo. Door echt hard te trekken aan het traliewerk hoorde hij een zwaardere echo in het traliewerk. Hij ging er zo in op dat hij de naderende korte klikken snel gevolgd door echoënde klikken niet opmerkte. Totdat ze heel dichtbij waren. Hij stoof weer naar zijn bed. Hij zat er net toen de twee witte mannen en het karretje verschenen. Er moest iets aan hem te zien zijn. Dit bemerkte hij en hij hield zich zo rustig mogelijk. . .

∞ ∞ ∞

. . . De twee witte mannen met het karretje stopten en keken hem onderzoekend aan. Ze vonden hem er vreemd uitzien. Hij kwam onrustig en schichtig over. Ondertussen was het hekwerk weer opengegaan. Er was weer geen klik te horen geweest. Een van de witte mannen kwam naar binnen. Hij keek hem aandachtig aan. Vervolgens pakte hij zijn pols. Hield deze een tijdje vast. Daarna pakte hij de lege schaal en liep naar de De Biomensandere witte man. Ze overlegden en keken in het digitale logboek. Meteen werden ze gerustgesteld. Ze lazen dat er deze ochtend een bloedmonster was afgenomen. Dat verklaarde alles. Met geruststellende geluiden pakte de ene witte man een tetra-achtige vorm uit het karretje en liep weer naar binnen. Hij gaf het aan hem en liep weer naar buiten. Het traliewerk ging dicht. Wederom zonder een echoënde klik. Het was hem meteen helder. Vanaf een afstand zag hij duidelijk dat er een ruimte zat tussen de drie staven en de muur. De twee witte mannen hadden niets gemerkt en waren alweer vertrokken. Direct ging hij naar het traliewerk om het vreemde verschijnsel verder te onderzoeken. . .

Maak kennis met de onderzoeksjournaliste
Hoe de oprichter en eigenaar van de kloonfaciliteiten handelt?

Hier te koop

Maak kennis met de onderzoeksjournaliste

De BiomensAangekomen in de collegezaal waren ze veel te vroeg, maar bijna iedereen was er al. Er hing een opgewonden sfeer. Iedereen was in gesprek over wat ze gingen doen. En een aantal jonge vrouwen hadden het ook over Vonbruck zelf. Karin had gelijk gehad. Vonbruck was in vele opzichten een aantrekkelijke jongeman en niet veel ouder dan ze zelf was. Net toen haar gedachten naar hem afdwaalden ging de deur open en kwam Vonbruck binnen. Voordat hij achter het katheder stond had iedereen plaatsgenomen in de collegebanken. De zaal was berekend op veel meer studenten. Het exclusieve groepje zat bij elkaar en de grootte van de zaal had geen invloed. Vonbruck stak direct van wal toen hij achter het spreekgestoelte stond. ‘DNA oftewel desoxyribonucleïnezuur, is de basis van ons bestaan. Het maakt wie we zijn, het maakt de mensheid en het maakt wie onze vijanden zijn: virussen bijvoorbeeld. Zolang ons DNA superieur is aan het DNA van onze dagelijkse vijanden zal de mensheid blijven bestaan. We hebben onze vijanden al een grote slag toegebracht. De mensheid heeft een bewustzijn en kan nadenken over alles wat er leeft en beweegt om ons heen.’ Vonbruck bleef even stil. Zijn woorden bleven hangen in de zaal en drongen volledig door tot zijn studenten. Na de korte stilte vervolgde hij: ‘Wat is het belangrijkste wat de wetenschap kan betekenen voor de mensheid? Het uitbannen van gevaren zoals ziektes. En de basis daarvan ligt uiteindelijk in het DNA. Ik ga jullie meenemen in de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen honderddertig jaar, en vervolgens naar de laatste ontdekkingen en ontwikkelingen. We zijn al heel ver. Binnenkort hebben we het hele DNA van de mensheid ontcijferd. Daar gaan jullie aan meewerken.’ Doodstil was het in de zaal. Iedereen luisterde vol bewondering en met volle concentratie en was opgewonden over hetgeen wat komen ging.

∞ ∞ ∞

Vonbruck vervolgde met het omhooghouden van een zakje met daarin een witte pasta. ‘Wie weet wat dit is,’ vroeg hij. Alsof ze op school zaten gingen
meerdere vingers omhoog. Ook Maaike hield haar vinger in de lucht. ‘Sorry, ik weet uw naam nog niet goed, maar wat is het antwoord?’ vroeg Vonbruck haar. Een beetje aarzelend antwoordde Maaike: ‘Pus of etter?’ Ze voelde dat ze het warm kreeg. Vonbruck had haar als eerste het woord gegeven. ‘Waarom denk jeDe Biomens dat ik dit meegenomen heb?’ vervolgde Vonbruck. Maaike voelde dat ze bloosde. Ze had het gevoel dat haar hoofd volledig rood was aangelopen. Iedereen kon het zien. Ze raapte alle moed bij elkaar en antwoordde hakkelend verder: ‘Hieruit kunnen de witte bloedlichamen gehaald worden, oftewel de leukocyten. Hieruit wist Johann Friedrich Miescher de DNA-stof te zuiveren.’ Maaike wilde indruk maken op Vonbruck en liet blijken de opgegeven literatuur goed gelezen te hebben. Dit werkte, merkte Maaike doordat Vonbruck haar complimenteerde: ‘Heel goed. De basis van de DNA ligt bij Johann Friedrich Miescher. Ik beschouw hem als grondlegger ervan. Ook al is hij niet veel verder gekomen en duurde het tientallen jaren voordat een volgende wetenschappelijke stap gezet werd. Zonder hem zou het veel langer geduurd hebben. Mogelijk zouden we nu niet aan de vooravond staan van de volledige DNA-kaart van de mens. Laten we een rondje maken waarbij elk van jullie kort aangeeft wat jullie doorgenomen hebben en misschien hebben jullie vragen. Laat ik beginnen bij u.’ Hij wees weer naar Maaike. ‘En misschien kunnen jullie beginnen met jullie naam, u heeft hier nog geen antwoord op gegeven,’ gaf Vonbruck aan. Maaike voelde haar hoofd gloeien alsof het vol zat met hete kolen. Dit moest Vonbruck duidelijk kunnen zien. Verlegen zette Maaike zich schrap om te antwoorden: ‘Maaike is mijn naam.’ ‘Wat een mooie naam, Maaike. En heb je ook een achternaam?’ onderbrak Vonbruck. Charmant speelde hij met de emoties van Maaike. Eigenlijk had Maaike door de grond willen zakken, de zaal willen verlaten, maar dat kon niet. ‘Maaike van Doorn,’ antwoordde ze moeizaam. En vervolgde met wat ze bestudeerd had en wat ze reeds in haar studie had gedaan. Opgelucht dat ze klaar was zag ze dat Karin, die naast haar zat, verderging.

Lees over de belevenissen van de biomens.
Hoe handelt de oprichter en eigenaar van de kloonfaciliteiten?

Hier te koop

Hoe handelt de oprichter en eigenaar van de kloonfaciliteiten?

De BiomensDe lichten gingen aan en alle journalisten stonden op. De stoelen voor Maaike waren leeg, waardoor Elwaldus oog in oog kwam te staan met Maaike. Maaike bleef staan terwijl de zaal leegstroomde. Ewaldus liep naar haar toe. Bij haar gekomen stak hij zijn hand uit. Maaike pakte de hand om hem te begroeten. Bij het schudden van de handen voelde ze een tinteling van opwinding. Tegelijkertijd besefte ze dat vakinhoudelijk en vanuit haar journalistieke oogpunt dit de man was tegen wie ze in artikelen vocht. ‘Ondanks onze gemeenschappelijke achtergrond en werk hebben we elkaar nog nooit ontmoet. Ewaldus is mijn naam,’ zei hij met een elegante en rustige stem. Van zijn vermoeidheid was na de adrenalinestoot van de
persconferentie niets meer te bekennen. ‘Maaike van Doorn van het blad Science,’ antwoordde Maaike, ‘volgens mij hebben wij elkaar inderdaad nog nooit ontmoet. Ik heb altijd te maken gehad met Gerard. Ik heb hem een aantal malen geïnterviewd. Tragisch dat juist zo’n vriendelijke man zo’n zwaar ongeluk krijgt.’ ‘Ja, in gedachten zijn we allemaal bij Gerard en zijn familie,’ ging Ewaldus verder. Maaike vond de moed om de moeilijke vraag te stellen: ‘Negen jaar geleden was toch de eerste keer dat er een foutieve test is geweest? De enige tot nu toe? En wat is er waar van de geruchten dat deze De Biomensvierjarige Biomens is ontsnapt en dood in het bos is teruggevonden?’ Ewaldus raakte van zijn stuk. Niet zozeer door de vragen, maar door Maaike. Hij leek haar te herkennen. Maar waar en hoe kon hij niet plaatsen in zijn herinneringen. Dit maakte hem onzeker. Maaike was iemand om voor op te passen. Een intelligente vrouw, een van de weinige journalisten die ook inhoudelijk wist waar het om ging bij de productie van Biomensen. Hij besloot tijd te winnen: ‘Kunnen we morgenmiddag afspreken voor een interview. Het is vandaag een hectische en drukke dag geweest. Ik wil de familie van Gerard nog bezoeken. Morgenmiddag om twee uur? Schikt je dat?’ Door deze wending was Maaike weer overdonderd en het enige wat ze antwoordde was: ‘Ja prima, tot morgen.’ Ze namen afscheid alsof ze oude bekenden waren, maar niet wetende waarvan. Maaike liep de zaal uit, verliet het gebouw, stapte in haar auto en reed naar huis.

Lees over de belevenissen van de biomens
Maak kennis met de onderzoeksjournaliste

Hier te koop